Citaat | Hoge Raad 12 april 2002
Alinea 37 Hoge Raad 12 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9124.
3.3 In hoger beroep, waar partijen hebben gekozen voor toepassing van Nederlands recht, heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd. Het heeft daartoe, samengevat weergegeven, het volgende overwogen. De gestelde onrechtmatige daad van [betrokkene A] - het eigenmachtig en tegen de instructies van [eiser] losgooien van de tros - heeft plaatsgevonden in de werkzaamheden waartoe De Branding [betrokkene A] heeft gebruikt, in die zin dat de dienstverhouding die op 4 september 1990 tussen De Branding en [betrokkene A] bestond, [betrokkene A] de gelegenheid heeft geboden de gestelde onrechtmatige daad te plegen. Derhalve rust in beginsel op De Branding de aansprakelijkheid van art. 1403 lid 3 (oud) BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2, en de alinea staat in dat document op bytes 9858 tot 10584.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2 | shasum -a 256