Citaat | Hoge Raad 12 april 2002

Alinea 38 Hoge Raad 12 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9124.

Het Hof is evenwel voorbijgegaan aan het aanbod van [eiser] de gestelde onrechtmatige daad van [betrokkene A] te bewijzen. Het heeft, veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat de door [eiser] gegeven lezing van de gebeurtenissen juist is, het beroep op eigen schuld van [eiser] gegrond geoordeeld. [Eiser] was als kapitein verantwoordelijk voor de gang van zaken op de Johanna Hendrika. Dit brengt mee dat het aan hem is toe te rekenen dat zich op het moment van het aanmeren aan de kade in Le Havre op het voordek van het schip een niet geklaarde tros bevond. [Eiser] had moeten voorkomen dat [betrokkene A], die volgens [eiser] incompetent was en inadequaat reageerde, op het "kritieke moment" de kans kreeg zich met de tros te bemoeien. Ook de omstandigheid dat [eiser] in een lus van de tros is gaan staan terwijl er met de tros werd gemanoeuvreerd, is naar 's Hofs oordeel een factor die als eigen schuld aan [eiser] is toe te rekenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93f19eb0f55636ddea673570b6b72710f57cf44e62bfa3f7e4ab999fac02eae2, en de alinea staat in dat document op bytes 10592 tot 11546.