Citaat | Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 30 Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9132.
Het gaat in deze zaak, kort gezegd, om de vraag of de curator, zonder daarvoor een vergoeding te kunnen bedingen, moet gedogen dat de Banken de kantoorpanden op de hun verhypothekeerde onroerende zaken laten slopen met het oog op de executoriale verkoop van die zaken, vóór de levering, zodat die levering is onderworpen aan omzetbelasting. Op 4 september 1998 hebben de Banken een koopovereenkomst met betrekking tot de zaken gesloten waarbij zij zich verbonden hebben zich ervoor in te spannen dat (een belangrijk deel van) de kantoorpanden zou(den) worden gesloopt vóór de levering. Op 9 september 1998 heeft de President van de rechtbank te Rotterdam op de voet van art. 3:268 BW verlof verleend voor onderhandse verkoop overeenkomstig deze koopovereenkomst. Op 13 oktober 1998 is de hypotheekgever, Escensum Westerstraat B.V., in staat van faillissement verklaard. Nadat de curator had laten weten zich te verzetten tegen de sloop van de kantoorpanden, zijn partijen om praktische redenen overeengekomen de sloop en de verkoop toch door te laten gaan en de vraag of de curator gerechtigd was zich tegen de sloop te verzetten, aan de rechter voor te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7, en de alinea staat in dat document op bytes 8065 tot 9243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7 | shasum -a 256