Citaat | Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 31 Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9132.
3.2 Het oordeel van het Hof komt erop neer dat weliswaar de Banken op grond van de door hen tegenover de hypotheekgever bedongen bevoegdheid gerechtigd waren de zaken zo nodig te slopen en dat de curator derhalve gehouden was dit te gedogen, maar niet onvoorwaardelijk. Naar het oordeel van het Hof had de curator het recht een adequate tegenprestatie te bedingen en is dat ook in feite gebeurd. Daarom heeft het Hof de vordering tot verklaring voor recht dat de curator gehouden was die sloop onvoorwaardelijk te gedogen, afgewezen. In het principale beroep wordt - uitgaande van de bevoegdheid van de Banken om tot sloop over te gaan - het oordeel van het Hof bestreden dat de curator het recht had een tegenprestatie te bedingen, in het incidentele beroep wordt het oordeel bestreden dat de Banken bevoegd waren tot sloop over te gaan. De Hoge Raad zal eerst het incidentele beroep behandelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7, en de alinea staat in dat document op bytes 9281 tot 10190.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7 | shasum -a 256