Citaat | Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 35 Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9132.

4.2.1 Onderdeel 1.1 bestrijdt dit uitgangspunt voorzover het berust op het oordeel van het Hof dat aan de Banken op de voet van art. 3:267 BW de bevoegdheid was verleend de zaken onder zich te nemen. Bij de beoordeling van dit onderdeel wordt vooropgesteld dat het hier niet gaat om de uitleg van een contractueel beding en de vraag welke gevolgen dat voor de contractspartijen heeft, maar om de vraag welke betekenis volgens de wet toekomt aan de op de voet van deze bepaling verleende bevoegdheid en de daartoe in de hypotheekakte op te nemen bedingen met goederenrechtelijke werking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7, en de alinea staat in dat document op bytes 11154 tot 11753.