Citaat | Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 37 Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9132.

4.3 Uit hetgeen in 4.2.2 is overwogen, vloeit voort dat de onderdelen 1.2 en 1.3, die (subsidiair) uitgaan van de veronderstelling dat de Banken de bevoegdheid tot het onder zich nemen van de verhypothekeerde zaken wel zou zijn verleend, geen behandeling behoeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 703602cd3f96237cd5587b374a68e9117eb5d67b698c670b83ab68ccefcf1cd7, en de alinea staat in dat document op bytes 12999 tot 13276.