Citaat | Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 40 Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9139.

3.5 Het onderdeel keert zich voorts tegen het oordeel van de Rechtbank dat art. 6:101 BW meebrengt dat de eventuele vergoedingsplicht van de Stichting voor na 2 december 1997 veroorzaakte schade geheel is vervallen, op grond van het enkele feit dat [eiseres] niet is ingegaan op het door de Stichting op deze datum gedane aanbod voor [eiseres] een andere woning te zoeken. Het is ook in zoverre gegrond. De Rechtbank is van een onjuiste opvatting omtrent art. 6:101 uitgegaan wanneer zij mocht hebben geoordeeld dat uit dit artikel voortvloeit dat [eiseres] zonder meer op het door de Stichting gedane aanbod had moeten ingaan. Wanneer de Rechtbank dit niet zou hebben aangenomen, is haar oordeel zonder nadere motivering, die evenwel ontbreekt, niet begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f129c5d474ff6754a8fa1abe91af6e07ea08243f12beb912caa06ab5db401eb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f129c5d474ff6754a8fa1abe91af6e07ea08243f12beb912caa06ab5db401eb3, en de alinea staat in dat document op bytes 12536 tot 13314.