Citaat | Hoge Raad 1 maart 2002

Alinea 29 Hoge Raad 1 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9149.

Het beroep in cassatie is vervat in een verzoekschrift dat niet is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Ingevolge het in deze zaak toepasselijke art. 426a, eerste lid, Rv., moeten verzoekers derhalve niet-ontvankelijk in hun beroep worden verklaard. Hieraan doet niet af dat ingevolge art. 78 Wet Bopz in verzoekschriftprocedures als bedoeld in dat wetsartikel het verzoekschrift niet door een procureur behoeft te worden ingediend en getekend, nu deze bepaling slechts betrekking heeft op de procesvertegenwoordiging in de procedure in de feitelijke instanties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02fd342c55e74d97595a4da26f7a6f389b87400baf2b225b73052d8447812a3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02fd342c55e74d97595a4da26f7a6f389b87400baf2b225b73052d8447812a3e, en de alinea staat in dat document op bytes 7609 tot 8192.