Citaat | Hoge Raad 23 april 2002

Alinea 31 Hoge Raad 23 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9181.

b. door of namens de verdachte is niet op enig moment in het geding de wens te kennen gegeven om de in de aanhef bedoelde persoon te ondervragen of te doen ondervragen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4ded42122dab6952fef5263416395a1e5d752ec79cdcc5fe2ee599d393969d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4ded42122dab6952fef5263416395a1e5d752ec79cdcc5fe2ee599d393969d2, en de alinea staat in dat document op bytes 8860 tot 9042.