Citaat | Hoge Raad 23 april 2002
Alinea 33 Hoge Raad 23 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9181.
Aldus is sprake van de in art. 344, derde lid sub b, Sv bedoelde situatie, namelijk dat namens de verdachte op enig moment in het geding de wens is te kennen gegeven de persoon als bedoeld in de aanhef van die bepaling te ondervragen of te doen ondervragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4ded42122dab6952fef5263416395a1e5d752ec79cdcc5fe2ee599d393969d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4ded42122dab6952fef5263416395a1e5d752ec79cdcc5fe2ee599d393969d2, en de alinea staat in dat document op bytes 9586 tot 9857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4ded42122dab6952fef5263416395a1e5d752ec79cdcc5fe2ee599d393969d2 | shasum -a 256