Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 57 Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9222.
(...) De advocaat-generaal deelt hierop mede, dat hij na de zitting van 6 juli 1999 de politie opdracht heeft gegeven om te kijken welke stukken nog ontbraken. De zaak is vervolgens naar de rechter-commissaris gegaan. Er is toen een aantal stukken ter beschikking gesteld aan de raadsman (...). Rond september 1999 (...) heeft de advocaat-generaal van de politie begrepen dat de verstrekking van de stukken aan de raadsman zonder enig probleem is verlopen. Naar aanleiding [van de brief van de raadsman aan de rechter-commissaris van 4 oktober 1999] heeft de advocaat-generaal contact laten opnemen met de rechter-commissaris maar haar was toen niet duidelijk welke stukken wel of niet waren verstrekt. De ordners met tapgesprekken zijn niet ter beschikking van de raadsman gesteld. (...) De tapverslagen zijn niet relevant en dienen dan ook niet aan het dossier toegevoegd te worden maar de raadsman mag die wel komen inkijken. (...)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b1af486728bbfd36743e6be097ae35c8797af1a7bf30b5c9fbd7c0507aa3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7b1af486728bbfd36743e6be097ae35c8797af1a7bf30b5c9fbd7c0507aa3a, en de alinea staat in dat document op bytes 20966 tot 21915.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b1af486728bbfd36743e6be097ae35c8797af1a7bf30b5c9fbd7c0507aa3a | shasum -a 256