Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 68 Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9222.

5.4. Bij de beoordeling van het middel dient het volgende te worden vooropgesteld. Voorzover het gaat om stukken die van invloed kunnen zijn op het bewijs moet worden aangenomen dat - behoudens de bevoegdheid van de verdediging om harerzijds stukken in het geding te brengen en behoudens art. 414 Sv - de officier van justitie de stukken behelzende de resultaten van het opsporingsonderzoek aan het dossier toevoegt. Indien een gerechtelijk vooronderzoek is ingesteld heeft de rechter-commissaris een soortgelijke taak ten aanzien van de resultaten van het gerechtelijk vooronderzoek. In het dossier dienen te worden gevoegd stukken die redelijkerwijze van belang kunnen zijn hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin. De rechter kan hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de verdediging dan wel op vordering van het openbaar ministerie, alsnog de toevoeging aan het dossier van bepaalde stukken gelasten

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b1af486728bbfd36743e6be097ae35c8797af1a7bf30b5c9fbd7c0507aa3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7b1af486728bbfd36743e6be097ae35c8797af1a7bf30b5c9fbd7c0507aa3a, en de alinea staat in dat document op bytes 25626 tot 26578.