Citaat | Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 78 Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9222.
6.4. Voorzover in het middel wordt geklaagd over de ontoereikende motivering van de afwijzing van het hiervoor onder 6.3 aangeduide verzoek, wordt miskend dat het hier een verzoek tot toevoeging aan het dossier van een klaarblijkelijk nog niet bestaand stuk betreft. Het verzoek betrof dus het alsnog opmaken en overleggen van een bescheid. De inwilliging of afwijzing van een dergelijk verzoek moet naar de maatstaf van art. 315, eerste lid, Sv worden beoordeeld. In de hiervoor aangeduide overwegingen van het Hof ligt besloten dat het Hof de noodzaak van de overlegging van een bescheid als in het verzoek bedoeld niet aanwezig heeft geacht. Dat oordeel is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk. Voor een verdere toetsing is in cassatie geen plaats.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b1af486728bbfd36743e6be097ae35c8797af1a7bf30b5c9fbd7c0507aa3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e7b1af486728bbfd36743e6be097ae35c8797af1a7bf30b5c9fbd7c0507aa3a, en de alinea staat in dat document op bytes 30004 tot 30774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e7b1af486728bbfd36743e6be097ae35c8797af1a7bf30b5c9fbd7c0507aa3a | shasum -a 256