Citaat | Hoge Raad 8 maart 2002

Alinea 33 Hoge Raad 8 maart 2002

Een alinea uit Hoge Raad 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9330.

"blijkens het vonnis van 16 april 1997, onder 5.2, heeft de rechtbank op de daar vermelde gronden bij wege van vermoeden aangenomen dat een overeenkomst als in de brief omschreven mét de bewuste toevoegingen tot stand is gekomen, doch heeft [eiser] toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden die de conclusie wettigen dat een overeenkomst zonder die toevoegingen is gesloten. Tegen die beslissing is [eiser] in hoger beroep niet bij wege van incidenteel appel opgekomen, zodat het hof van de juistheid daarvan heeft uit te gaan."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0feb462535fef7c341136deecf948cc9afa7cbb873e4c8e024a38d180df57d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0feb462535fef7c341136deecf948cc9afa7cbb873e4c8e024a38d180df57d3, en de alinea staat in dat document op bytes 8158 tot 8713.