Citaat | Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 19 Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9339.
Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploit van 23 juni 1993 verweerster in cassatie en Aannemingsbedrijf [A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], - verder afzonderlijk te noemen: [verweerster] en [A B.V.]- gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voorzover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerster] en [A B.V.] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, te veroordelen tot betaling aan [eiser] c.s. van een bedrag van ƒ 103.595,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 september 1992 en te vermeerderen met de preprocessuele rechtsbijstand- en deskundigenkosten van ƒ 5.741,01 en de kosten van beslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0, en de alinea staat in dat document op bytes 4889 tot 5618.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0 | shasum -a 256