Citaat | Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 21 Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9339.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 8 juni 1994 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 5 juli 1995 een deskundigenonderzoek bevolen. Na deskundigenbericht heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 15 januari 1997 de vordering van [eiser] c.s. ten opzichte van [A B.V.] afgewezen en [eiser] c.s. en [verweerster] ter zitting opgeroepen voor het verstrekken van inlichtingen. Bij tussenvonnis van 12 maart 1997 heeft de Rechtbank [verweerster] tot bewijslevering toegelaten. Ten slotte heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 18 maart 1998 [verweerster] veroordeeld om aan [eiser] c.s. te betalen het bedrag van ƒ 107.250,38, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 101.509,37 vanaf 24 september 1992, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0, en de alinea staat in dat document op bytes 5715 tot 6496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0 | shasum -a 256