Citaat | Hoge Raad 26 april 2002
Alinea 32 Hoge Raad 26 april 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9339.
3.2 [Eiser] c.s. hebben aan hun hiervoor onder 1 vermelde vordering tot vergoeding van schade ten bedrage van ƒ 103.595,-- ten grondslag gelegd dat [verweerster] haar verplichting uit de op 10 januari 1992 met [eiser] c.s. gesloten overeenkomst, waarbij zij zich tegen betaling van ƒ 207.840,-- jegens [eiser] c.s. verbond tot strikte nakoming van de aannemingsovereenkomst die zij met [A B.V.] had gesloten met betrekking tot de restauratie van het door haar aan [eiser] c.s. verkochte en geleverde pand [b-straat 1] te [woonplaats], niet is nagekomen, nu [A B.V.] die aannemingsovereenkomst ondeugdelijk heeft uitgevoerd. De Rechtbank heeft deze vordering tot een bedrag van ƒ 101.509,37 toegewezen. Daartoe heeft zij onder meer het volgende overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0, en de alinea staat in dat document op bytes 7808 tot 8579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0dcf4aa67c4095e6222dfaf71004b1cda6431b1a6a3403e6c1a61c92407d7e0 | shasum -a 256