Citaat | Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 31 Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9474.

Op de bewuste avond was ik thuis, boven het café. Ik heb niets gemerkt. Het was een laffe daad. Toen ik mijn man zag, wist ik precies hoe de dader te werk is gegaan. Hij heeft mijn man naar het einde van de bar gelokt. De dader wilde waarschijnlijk geld wisselen voor de sigarettenautomaat of de gokautomaat. Mijn man moest bukken om de geldkist te pakken en toen is het gebeurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197, en de alinea staat in dat document op bytes 9484 tot 9877.