Citaat | Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 44 Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9474.

3.3. De eerste klacht, kennelijk daartoe strekkende dat het Hof [getuige 1] niet als getuige, in de betekenis die daaraan in het Wetboek van Strafvordering toekomt, heeft gehoord mist, gelet op hetgeen hiervoor onder 3.2 is weergegeven, feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197, en de alinea staat in dat document op bytes 12224 tot 12496.