Citaat | Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 46 Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9474.
Voorzover het middel tenslotte berust op de opvatting dat de enkele omstandigheid dat niet blijkt dat - aansluitend aan de ondervraging van de getuige - aan de raadsvrouw de gelegenheid is gegeven om aan de getuige vragen te stellen, nietigheid van het onderzoek meebrengt, slaagt het evenmin, omdat die opvatting onjuist is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197, en de alinea staat in dat document op bytes 12920 tot 13258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197 | shasum -a 256