Citaat | Hoge Raad 4 juni 2002

Alinea 56 Hoge Raad 4 juni 2002

Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9474.

4.3. De hiervoor onder 4.2.2 weergegeven verklaring van de verdachte is redengevend voor het bewijs in zoverre deze inhoudt dat de verdachte geruime tijd aanwezig is geweest in het desbetreffende perceel waarin een café werd gedreven en waar het slachtoffer [slachtoffer 1] die avond werkzaam was, en dat hij daar ook nog verbleef ten tijde van het tegen die [slachtoffer 1] uitgeoefende geweld, nu de verdachte immers eerst nadat hij had gezien dat [slachtoffer 1] in een plas bloed achter de bar lag, en wel na 21.30 uur het café heeft verlaten, terwijl aldaar omstreeks 22.30 uur het stoffelijk overschot van [slachtoffer 1] is aangetroffen (bewijsmiddel 8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197, en de alinea staat in dat document op bytes 15249 tot 15925.