Citaat | Hoge Raad 4 juni 2002
Alinea 57 Hoge Raad 4 juni 2002
Een alinea uit Hoge Raad 4 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9474.
4.4. De bewijsvoering van het Hof op dit punt in haar geheel beschouwd, kan niet anders worden begrepen dan dat het Hof heeft geoordeeld dat de verdachte vanaf ongeveer 19.30 uur die avond en ook nog ten tijde van het jegens [slachtoffer 1] gepleegde delict in diens café aanwezig was (en vrij kort nadien dat pand heeft verlaten), doch niet dat de verdachte tegen het eind van zijn verblijf in het café, terwijl het delict werd begaan, ongeveer twintig minuten op het toilet heeft verbleven; in zoverre heeft het Hof, zoals volgt uit zijn nadere bewijsoverweging, de verklaring van de verdachte voor het bewijs immers niet van waarde geacht. Weliswaar heeft het Hof ten onrechte dat op zichzelf niet redengevende onderdeel van de verklaring van de verdachte onder de bewijsmiddelen opgenomen, maar zulks staat hier - gelet op de nadere bewijsoverwegingen - aan een behoorlijke motivering van de bewezenverklaring niet in de weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197, en de alinea staat in dat document op bytes 15945 tot 16889.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/16e435fa9aad54a4afccbfea421a897fc38af0e1e60542eb6eebaf3c38804197 | shasum -a 256