Citaat | Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 59 Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9564.

3.7. Ook de in onderdeel D van middel II aangevoerde klacht, die erop neerkomt dat de Rechtbank zonder motivering is voorbijgegaan aan de door [eiser] gestelde schade die hij lijdt door het verlies van de stallingsruimte voor auto's, is gegrond. Immers, nu - naar in het vonnis ligt besloten - [eiser] door de onteigening het gedeelte van de bedrijfsruimte dat hij voor het stallen van auto's gebruikte, daarvoor niet meer kan gebruiken, had de Rechtbank niet, zoals zij heeft gedaan, in het midden mogen laten of [eiser] uit hoofde van het verlies van deze stallingsruimte schade lijdt dan wel, zo hij uit dien hoofde schade lijdt, in het midden mogen laten waarom die schade niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ca326cb13dd9404c0456c0ffa5bfebe3230b97c0315a766538e6f97e8a70016. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ca326cb13dd9404c0456c0ffa5bfebe3230b97c0315a766538e6f97e8a70016, en de alinea staat in dat document op bytes 23051 tot 23781.