Citaat | Hoge Raad 26 februari 2002
Alinea 48 Hoge Raad 26 februari 2002
Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9568.
4.5. Bij de beoordeling van de klacht dient vooropgesteld te worden dat de verdediging bevoegd is tot kennisneming van de processtukken ingevolge art. 30 Sv, aan welke regel voor de raadkamerprocedure voorts gestalte is gegeven, ook voor andere procesdeelnemers dan de verdachte, in art. 23, vierde lid, Sv. Hoewel zulks niet uitdrukkelijk in de wet is bepaald moet worden aangenomen dat de verdediging in het kader van het raadkameronderzoek naar aanleiding van een vordering tot onttrekking aan het verkeer als bedoeld in art. 552f Sv in beginsel op gelijke voet bevoegd is onder hem inbeslaggenomen voorwerpen in ogenschouw te nemen en van de inhoud van inbeslaggenomen voorwerpen en gegevensdragers kennis te nemen. In uitzonderlijke gevallen kan die bevoegdheid aan beperkingen worden onderworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04f7dd613ffc03af026b902c2e0d2e6ce511c47bc8bb6e1af9a56b9b099c2b1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04f7dd613ffc03af026b902c2e0d2e6ce511c47bc8bb6e1af9a56b9b099c2b1d, en de alinea staat in dat document op bytes 14695 tot 15510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04f7dd613ffc03af026b902c2e0d2e6ce511c47bc8bb6e1af9a56b9b099c2b1d | shasum -a 256