Citaat | Hoge Raad 19 april 2002

Alinea 31 Hoge Raad 19 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9597.

3.1 De gemeente heeft [eiser] een nota ten bedrage van ƒ 3.066,99 ter zake van de over het jaar 1993 verschuldigde erfpachtcanon en een nota van ƒ 3.979,27 gestuurd ter zake van de over het jaar 1994 verschuldigde erfpachtcanon. Elk van beide nota's is door [eiser] tot een bedrag van ƒ 2.901,65 voldaan. De restanten ten bedrage van ƒ 165,34 respectievelijk ƒ 1.077,62, door [eiser] beschouwd als ontoelaatbare verhogingen van de canon, heeft [eiser] niet betaald. De gemeente heeft voor de Kantonrechter betaling gevorderd van deze restantbedragen, vermeerderd met de wettelijke rente sedert 24 februari 1994 respectievelijk 19 januari 1995, alsmede vermeerderd met de kosten. De Kantonrechter heeft deze vordering afgewezen op de grond dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare verhogingen van de canon betreft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/400aa92eb0b6514e698eec57eda5dc524b68945a94fdfe97ae59d902a7315aad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 400aa92eb0b6514e698eec57eda5dc524b68945a94fdfe97ae59d902a7315aad, en de alinea staat in dat document op bytes 7113 tot 7975.