Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 30 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9599.

3.1 Voor de feiten en omstandigheden waarvan in cassatie kan worden uitgegaan, verwijst de Hoge Raad naar hetgeen dienaangaande is overwogen in rov. 3.1 van zijn hiervoor onder 1 vermelde arrest van 26 juni 1998. De Hoge Raad heeft het vonnis van de Rechtbank te Utrecht van 8 januari 1997 vernietigd op grond van zijn oordeel dat ten tijde van het indienen van de memorie van grieven de termijn van art. 9 BBA reeds was verstreken, zodat [verweerder] toen niet meer bevoegd was de nietigheid van het ontslag in te roepen, en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het Gerechtshof te Amsterdam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba, en de alinea staat in dat document op bytes 7502 tot 8133.