Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 31 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9599.
3.2 Het Hof is in zijn thans bestreden arrest ervan uitgegaan dat zijn taak na verwijzing meebrengt dat het alsnog onderzoekt of [verweerder] - nu hij niet bevoegd was bij memorie van grieven de nietigheid in te roepen van de opzegging van de arbeidsovereenkomst namens GTI Holding bij faxbericht van 16 februari 1994 - wellicht eerder en dan wèl binnen een termijn van zes maanden de nietigheid van de opzegging heeft ingeroepen (rov. 4.3). Onderdeel 1 bestrijdt dit uitgangspunt met een rechtsklacht en een motiveringsklacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba, en de alinea staat in dat document op bytes 8172 tot 8714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba | shasum -a 256