Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 32 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9599.

Na verwijzing door de Hoge Raad dient de rechter naar wie het geding wordt verwezen, dit verder te behandelen en te beslissen met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad (art. 424 Rv.), en daarbij dient hij uit te gaan van de in cassatie niet of tevergeefs bestreden beslissingen van de rechter wiens uitspraak is vernietigd. Het onderdeel, dat dit een en ander terecht niet bestrijdt, klaagt dat het Hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting althans zijn oordeel onbegrijpelijk heeft gemotiveerd, doordat het heeft miskend dat de Rechtbank - impliciet - had beslist dat [verweerder] de nietigheid van het hem bij fax van 16 februari 1994 gegeven ontslag niet eerder dan bij memorie van grieven heeft ingeroepen, welke beslissing van de Rechtbank, aldus het onderdeel, in cassatie niet is bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba, en de alinea staat in dat document op bytes 8722 tot 9556.