Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 33 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9599.

Voor zover het onderdeel ervan uitgaat dat de Hoge Raad in zijn arrest van 26 juni 1998 het oordeel van de Rechtbank heeft uitgelegd zoals in het onderdeel weergegeven, mist het feitelijke grondslag. De Hoge Raad heeft de overwegingen van de Rechtbank, voor zover thans van belang, aldus samengevat dat [verweerder] de nietigheid van het bij opzegging van 16 februari 1994 gegeven ontslag bij memorie van grieven heeft ingeroepen. Hieruit kan niet als oordeel van de Hoge Raad worden afgeleid dat de nietigheid niet op een ander, eerder tijdstip kan zijn ingeroepen, zoals trouwens mede volgt uit het feit dat de Hoge Raad na vernietiging van het vonnis van de Rechtbank verwijzing nodig oordeelde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba, en de alinea staat in dat document op bytes 9564 tot 10276.