Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 34 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9599.

Bij deze stand van zaken diende het Hof, zoals het heeft gedaan, zelf de uitspraak van de Rechtbank uit te leggen ten einde vast te stellen of daarin was beslist dat [verweerder] de nietigheid van het ontslag niet eerder dan bij memorie van grieven had ingeroepen. Deze uitleg is van feitelijke aard en kan derhalve in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het kennelijke oordeel van het Hof dat evengenoemde vraag ontkennend moet worden beantwoord, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a0e53f3eac76e66e1b6e9677f73793322452f628ac2ebe48899d1e246f741ba, en de alinea staat in dat document op bytes 10284 tot 10811.