Citaat | Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 45 Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9600.
3.5 In ieder geval na de hiervoor in 3.1 onder (ii) vermelde uitspraak van het CBB - dus vanaf 28 maart 1989 - was [eiser] bekend met de schade en de persoon die hij daarvoor aansprakelijk hield, te weten de Staat. De omstandigheid dat de Staat zich op het standpunt stelde dat het CBB wel was te beschouwen als "an independent tribunal" als bedoeld in art 6 EVRM en de omstandigheid dat het EHRM pas op 19 april 1994 heeft geoordeeld - kort gezegd - dat het CBB niet kon worden beschouwd als een zodanig gerecht (Serie A nr. 238 (Van de Hurk/Nederland), NJ 1995, 462), brengen, anders dan [eiser] aanvoert, niet mee dat geoordeeld moet worden dat [eiser] die de Staat onder meer verwijt dat hij een onrechtmatige rechtsgang bij het CBB heeft ingericht en dat het CBB een onjuiste beslissing heeft genomen, vóór de uitspraak van het EHRM door aan de Staat toe te rekenen omstandigheden zijn vordering tegen de Staat niet geldend kon maken. Zoals het Hof met juistheid heeft overwogen had [eiser] zich na de beslissing van het CBB tijdig tot de burgerlijke rechter kunnen wenden, of, in afwachting van de uitkomst van de procedure bij het EHRM in de zaak Van de Hurk de verjaring kunnen stuiten. De verjaringstermijn is derhalve aangevangen op 29 maart 1989 en voltooid op 29 maart 1994.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9aafe57e38821ff1eb66a5f279d6e87d179d413b3eb31fcc772cc008a3ae5287. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9aafe57e38821ff1eb66a5f279d6e87d179d413b3eb31fcc772cc008a3ae5287, en de alinea staat in dat document op bytes 12006 tot 13307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9aafe57e38821ff1eb66a5f279d6e87d179d413b3eb31fcc772cc008a3ae5287 | shasum -a 256