Citaat | Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 46 Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9600.

3.6 Door bij zijn onderzoek van de stelling van de Staat dat de vordering van de Staat was verjaard, de mogelijkheid van stuiting van de verjaring te betrekken, is het Hof, anders dan onderdeel 3 betoogt, niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden. Anders dan onderdeel 3 voorts betoogt, ligt in de zinsnede "in afwachting van de uitkomst van de procedure bij het EHRM" in rov. 6.2 van het Hof niet besloten dat [eiser] wist dat Van de Hurk een zaak aanhangig had gemaakt bij het EHRM. Het Hof heeft met die zinsnede slechts tot uitdrukking gebracht dat [eiser] in de periode vóór 19 april 1994 actie had kunnen ondernemen om zijn vordering tegen de Staat veilig te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9aafe57e38821ff1eb66a5f279d6e87d179d413b3eb31fcc772cc008a3ae5287. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9aafe57e38821ff1eb66a5f279d6e87d179d413b3eb31fcc772cc008a3ae5287, en de alinea staat in dat document op bytes 13327 tot 14025.