Citaat | Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 49 Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9600.

3.8 Onderdeel 5 klaagt dat het Hof geen aandacht heeft besteed aan de stelling van [eiser] dat zijn schade niet ineens is geleden, maar voortdurend van aard is, zodat de vordering van [eiser] niet is verjaard voor zover deze betrekking heeft op schade geleden binnen 5 jaar voor de aansprakelijkstelling. Het Hof heeft inderdaad aan deze stelling van [eiser] geen aandacht besteed. Niettemin kan ook dit onderdeel niet tot cassatie leiden. Het gaat hier om afzonderlijke elementen van de gehele door de onrechtmatige daad veroorzaakte - doorlopende - schade. In de feitelijke instanties is niet aangevoerd dat zich daarbij een of meer nieuwe - eerder niet voorziene - schadeposten voordoen. Ten aanzien van deze schade moet worden aangenomen dat [eiser] daarmee bekend was op 28 maart 1989, zodat de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW een aanvang nam op 29 maart 1989 en op 29 maart 1994 was voltooid (vgl. HR 19 oktober 2001, nr. C00/264, NJ 2001, 655).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9aafe57e38821ff1eb66a5f279d6e87d179d413b3eb31fcc772cc008a3ae5287. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9aafe57e38821ff1eb66a5f279d6e87d179d413b3eb31fcc772cc008a3ae5287, en de alinea staat in dat document op bytes 15383 tot 16357.