Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 39 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9604.

3.3 De onderdelen 1 en 2 keren zich met motiveringsklachten tegen het oordeel van het Hof dat de Rechtbank te Rotterdam op grond van art. 5 sub 1 EEX bevoegd is van de reconventionele vordering kennis te nemen. Uit het arrest zou niet (voldoende gemotiveerd) blijken op welke grond sprake is van de in dat artikellid bedoelde situatie dat de Nederlandse rechter (hier de Rechtbank te Rotterdam) bevoegd is omdat sprake zou zijn van een aan de reconventionele vordering ten grondslag gelegde verbintenis uit overeenkomst van Spectra die is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd in Rotterdam. Het Hof zou niet duidelijk hebben gemaakt dat sprake is van de situatie dat uit de tussen Spectra en Ziegler gesloten overeenkomst voor Spectra een (hoofd)verbintenis voortvloeit die inhoudt dat zij Ziegler van documenten en informatie moet voorzien en dat zulks in Rotterdam zou dienen plaats te vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011, en de alinea staat in dat document op bytes 11970 tot 12877.