Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 40 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9604.
3.4.1 Bij de beoordeling van deze onderdelen moet worden vooropgesteld dat niet beslissend is of de verweerder het bestaan van de aan de eis ten grondslag gelegde overeenkomst betwist (vgl. HvJEG 4 maart 1982, zaak 38/81 (Effer/Kantner), Jurispr. 1982, p. 825, NJ 1983, 508). Voorzover de onderdelen van een andere opvatting uitgaan, falen zij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011, en de alinea staat in dat document op bytes 12897 tot 13257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011 | shasum -a 256