Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 42 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9604.

3.4.3 De onderdelen kunnen evenwel wegens gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. De gedingstukken laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat onweersproken is gesteld dat de overeenkomst waarop de reconventionele vordering steunt, onderworpen is aan de FENEX-voorwaarden en dat deze voorwaarden een rechtskeuze voor het Nederlandse recht inhouden. Het Nederlandse recht is derhalve beslissend voor de vraag waar de contractuele verplichting van Spectra, wegens de niet-nakoming waarvan Ziegler vervangende schadevergoeding vordert, moest worden uitgevoerd. Daarbij gaat het om de contractuele verplichting van Spectra om het met het oog op de aan Ziegler opgedragen inklaring van de zesentwintig zendingen televisietoestellen verstrekken van juiste informatie en het ter beschikking stellen van documenten inzake de (juiste) oorsprong van die partijen televisietoestellen. Een dergelijke verplichting moet naar Nederlands recht, mede gelet op het bepaalde in art. 3:37 lid 3 BW, worden uitgevoerd op de plaats van vestiging van de met de inklaring belaste douane-expediteur. Nu Ziegler te Rotterdam is gevestigd, is derhalve de Rechtbank te Rotterdam op grond van art. 5 sub 1 EEX bevoegd van de reconventionele vordering kennis te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011, en de alinea staat in dat document op bytes 14276 tot 15533.