Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002
Alinea 45 Hoge Raad 3 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9604.
3.7 Nu blijkens het hiervóór in 3.4.3 overwogene in cassatie tevergeefs wordt geklaagd over 's Hofs oordeel dat de bevoegdheid van de Rechtbank te Rotterdam ten aanzien van het op contract gegronde onderdeel van de vordering is gebaseerd op art. 5 sub 1 EEX en het middel zich niet keert tegen 's Hofs oordeel dat ten aanzien van het op onrechtmatige daad gebaseerde onderdeel van de vordering aan de voorwaarde voor bevoegdheid van art. 5 sub 3 EEX is voldaan, behoeft de klacht dat het Hof de begrippen "verbintenissen uit overeenkomst" in de zin van art. 5 sub 1 EEX en "verbintenissen uit onrechtmatige daad" in de zin van art. 5 sub 3 EEX heeft miskend geen bespreking. Immers, ook indien de verplichting die voortvloeit uit schending van de door het Hof bedoelde "buitencontractuele norm" op grond van een verdragsautonome interpretatie moet worden aangemerkt als een "verbintenis uit overeenkomst" omdat die schending niet los kan worden gezien van de contractuele verhouding tussen Ziegler en Spectra, dan is de bevoegdheid van de Rechtbank te Rotterdam gegeven op grond van art. 5 sub 1 EEX.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011, en de alinea staat in dat document op bytes 18473 tot 19588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011 | shasum -a 256