Citaat | Hoge Raad 3 mei 2002

Alinea 46 Hoge Raad 3 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9604.

3.8 De onderdelen 3 en 4 worden derhalve tevergeefs voorgesteld. Ook onderdeel 5 kan niet tot cassatie leiden, omdat het feitelijke grondslag mist. Anders dan het onderdeel veronderstelt, heeft het Hof zijn oordeel omtrent de bevoegdheid van de Rechtbank te Rotterdam niet gegrond op art. 6 sub 3 EEX.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6488dba3be317e2adb023d16ea75ed502a7470514ef614ad3925ff9e0762011, en de alinea staat in dat document op bytes 19608 tot 19922.