Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 36 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.

3.2 [Eiser] heeft in de onderhavige kortgedingprocedure gevorderd - samengevat weergegeven - (i) dat het Aegon verboden wordt verder onderzoek naar [eiser] te doen door het vragen van informatie aan derden en het observeren van [eiser] zelf, (ii) dat Aegon wordt veroordeeld om aan [eiser] de originelen of kopieën van het door haar verzamelde materiaal af te geven, (iii) en om de overige kopieën van dat materiaal en het overige materiaal te vernietigen, en (iv) dat aan [eiser] een voorschot op de schadevergoeding wordt betaald. Aan zijn vordering heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat de onderzoeken en met name de stelselmatige observaties inbreuk maken op zijn privé-leven en derhalve jegens hem onrechtmatig zijn. Hij heeft zich daarbij beroepen op art. 8 EVRM en art. 10 van de Wet persoonsregistraties. Hij stelt recht en belang te hebben bij kennisneming van het materiaal en vernietiging van het bij Aegon aanwezige materiaal en bij een verbod van nieuwe schendingen van zijn privacy. [Eiser] stelt dat Aegon het verzamelde materiaal onrechtmatig heeft verkregen en het daarom dient af te geven en/of te vernietigen. Aegon heeft aangevoerd dat van onrechtmatig handelen geen sprake is geweest nu [eiser] niet langdurig en stelselmatig is geobserveerd en de op foto en video vastgelegde observaties van [eiser] uitsluitend voor een ieder waarneembare, in het openbaar verrichte, gedragingen betroffen, die strikt waren beperkt tot het door [eiser] gepretendeerde klachtenbeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 10022 tot 11527.