Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 43 Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.
Aegon heeft ontkend dat zij - zoals [eiser] heeft gesteld - bij haar onderzoek bij derden [eiser] in een kwaad daglicht heeft gesteld en dat zij [eiser] langdurig en stelselmatig heeft geobserveerd. De video-opnamen zouden volgens Aegon alleen in het openbaar verrichte gedragingen betreffen en waren strikt beperkt tot het door [eiser] gepretendeerde klachtenpatroon. De door [eiser] gestelde feiten en omstandigheden zijn vooralsnog onvoldoende aannemelijk. In dit kort geding is voor nader feitelijk onderzoek geen plaats. (rov. 4.10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 13372 tot 13922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507 | shasum -a 256