Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 44 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.

De vorderingen van [eiser] strekken er onmiskenbaar toe het door Aegon verzamelde materiaal aan Aegon te ontnemen en uitsluitend in handen van [eiser] te doen geraken, zodat het voor Aegon onmogelijk is het als bewijs in de bodemprocedure te gebruiken. Nu op voorhand niet kan worden aangenomen dat Aegon het materiaal niet als bewijs mag gebruiken, is het bij uitstek aan de bodemrechter over de toelaatbaarheid ervan te oordelen. Beoogt [eiser] met zijn vorderingen inzage te krijgen in het materiaal, dan is er geen reden voor een voorlopige maatregel. [Eiser] heeft immers alle gelegenheid zich daarover uit te laten als Aegon het in de bodemprocedure heeft ingebracht. (rov. 4.11)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 13930 tot 14630.