Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 48 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.

Onderdeel 2.1 betoogt dat het Hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door te overwegen dat de te beantwoorden kernvraag is of het vergaren van het foto- en videomateriaal een ongerechtvaardigde inbreuk heeft gevormd op het privé-leven van [eiser], met als gevolg dat dit materiaal, als onrechtmatig verkregen, in de bodemprocedure niet als bewijs mag worden gebruikt. Onderdeel 2.2 voegt daaraan toe dat de vraag of het materiaal in de bodemprocedure als bewijs mag worden gebruikt geen strijdpunt is in dit kort geding, waarin het met name gaat over de vraag of Aegon het materiaal, als onrechtmatig vergaard, moet afgeven of onder een notaris deponeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 15284 tot 15969.