Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 49 Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.
3.4.2 De onderdelen kunnen bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft niet de vraag of Aegon het verzamelde materiaal als bewijs mag gebruiken in de bodemprocedure als de kern van het geschil beschouwd, maar heeft bij de beoordeling van de vorderingen van [eiser] de vraag of Aegon met haar handelwijze een ongerechtvaardigde inbreuk op het privé-leven van [eiser] heeft gemaakt, vooropgesteld (rov. 4.9 en 4.10). Hieraan doet niet af dat het Hof eveneens de vraag onder ogen heeft gezien of het door Aegon verzamelde materiaal in de bodemprocedure voor het bewijs kan worden gebezigd, nu het Hof zich van een beoordeling van die vraag heeft onthouden op grond van de overweging dat de beoordeling van die vraag aan de bodemrechter dient te worden overgelaten. (rov. 4.11)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 16007 tot 16827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507 | shasum -a 256