Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 52 Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.
3.5.1 Onderdeel 3.1 betoogt dat het Hof in rov. 4.9 is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door niet ervan uit te gaan dat een inbreuk van Aegon op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] in beginsel onrechtmatig is, en dat Aegon daartegenover hooguit een beroep kan doen op een rechtvaardigingsgrond, doch te oordelen dat de rechtmatigheid van de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] afhangt van de omstandigheden van het geval, zoals de wijze waarop inbreuk is gemaakt en de duur en intensiteit daarvan. Onderdeel 3.4 benadrukt nogmaals dat het aan Aegon was om een rechtvaardigingsgrond aan te voeren voor de inbreuk op de privacy van [eiser].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 17585 tot 18265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507 | shasum -a 256