Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 56 Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.
De onderdelen falen. In rov. 4.10 komt het Hof tot de conclusie dat de voor de beoordeling van de onrechtmatigheid van belang zijnde gegevens niet vaststaan en dat niet kan worden aangenomen dat de door [eiser] gestelde feiten en omstandigheden vooralsnog voldoende aannemelijk zijn. Gezien het over en weer door partijen gestelde - zoals door het Hof in zijn rov. 4.10 aangegeven - zijn de oordelen niet onbegrijpelijk. De oordelen zijn evenmin onvoldoende gemotiveerd. Hierbij kan erop worden gewezen dat het Hof onder ogen heeft gezien of een nader feitelijk onderzoek op zijn plaats was, doch heeft geoordeeld dat zulks in het onderhavige kort geding niet het geval was. Het heeft immers overwogen dat de vraag of van een onrechtmatige handelwijze sprake is, eveneens voorwerp van geschil is in de reeds in een vergevorderd stadium verkerende bodemprocedure, en dat de weging of en in hoeverre het materiaal voor het bewijs kan worden gebezigd bij uitstek door de bodemrechter dient te worden verricht (rov. 4.8 en 4.11). Door aldus te overwegen heeft het Hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 19943 tot 21075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507 | shasum -a 256