Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 57 Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.

3.6 Onderdeel 4, dat is gericht tegen rov. 4.12 en rov. 4.13, faalt eveneens. Nu het Hof heeft geoordeeld dat de gestelde feiten en omstandigheden onvoldoende tot klaarheid zijn gebracht (rov. 4.10) en derhalve heeft geoordeeld dat vooralsnog niet kan worden aangenomen dat de door Aegon verrichte onderzoekshandelingen onrechtmatig zijn, is zijn oordeel dat de vrees voor voortgezette onrechtmatige inbreuk op de privacy van [eiser] niet voldoende aannemelijk is, voldoende gemotiveerd. Het Hof hoefde dan ook niet in te gaan op de stelling van [eiser] dat de observaties ernstige psychische klachten veroorzaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 21113 tot 21741.