Citaat | Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 59 Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9609.
3.7.2 's Hofs oordeel dat in dit kort geding ook geen aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening strekkende tot inzage in, of het verschaffen van kopieën van het materiaal aan [eiser], opdat hij in de bodemprocedure het verweer van Aegon op adequate wijze kan beoordelen, berust op de overwegingen dat voorshands niet vaststaat dat dit materiaal door Aegon op onrechtmatige wijze is verzameld, en dat [eiser] zich over dat materiaal, indien het door Aegon in de bodemprocedure wordt ingebracht, zal kunnen uitlaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507, en de alinea staat in dat document op bytes 22967 tot 23520.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31508232c6ce34f0adfe58c7aaf0a133751ffb4ffcc9121fd749d7c077345507 | shasum -a 256