Citaat | Hoge Raad 26 april 2002

Alinea 39 Hoge Raad 26 april 2002

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9613.

3.3 Bij zijn eindarrest heeft het Hof, nadat in eerste aanleg hierover anders was beslist, voormelde vordering afgewezen. Daartoe heeft het, kort samengevat en voor zover thans van belang, geoordeeld dat [betrokkene A] noch krachtens zijn arbeidsovereenkomst noch krachtens bijzondere volmacht bevoegdheid had om namens [verweerder] c.s. met betrekking tot leveringen als de onderhavige, verplichtingen aan te gaan en dat hier evenmin sprake was van verklaringen of gedragingen van [verweerder] c.s., op grond waarvan MKV heeft aangenomen en redelijkerwijs ook mocht aannemen dat [betrokkene A] krachtens volmacht van [verweerder] c.s. een dergelijke bevoegdheid wel had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f655716b6fdf9b90a9b091c24d7fd9fb7ed182da6646ca8f6107ad99788e3a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f655716b6fdf9b90a9b091c24d7fd9fb7ed182da6646ca8f6107ad99788e3a3, en de alinea staat in dat document op bytes 10533 tot 11217.