Citaat | Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 48 Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9615.
De omstandigheid dat de Staat zich op het standpunt stelde dat het CBB wel was te beschouwen als "an independent tribunal" als bedoeld in art. 6 EVRM en de omstandigheid dat het EHRM pas op 19 april 1994 heeft geoordeeld - kort gezegd - dat het CBB niet kon worden beschouwd als een zodanig gerecht (Serie A nr. 238 (Van de Hurk/Nederland), NJ 1995, 462), brengen, anders dan [eiser] c.s. hebben aangevoerd, niet mee dat geoordeeld moet worden, dat [eiser] c.s. die de Staat onder meer verwijten dat hij een onrechtmatige rechtsgang bij het CBB heeft ingericht en dat het CBB een onjuiste beslissing heeft genomen, vóór de uitspraak van het EHRM door aan de Staat toe te rekenen omstandigheden hun vordering tegen de Staat niet geldend konden maken. Zoals het Hof voorts in rov. 3.4 dan ook met juistheid heeft overwogen hadden [eiser] c.s. zich na de beslissing van het CBB tijdig tot de burgerlijke rechter kunnen wenden, of, in afwachting van de uitkomst van de procedure bij het EHRM in de zaak Van de Hurk, een declaratie kunnen indienen om de verjaring te stuiten op de in het verjaringswetje aangegeven wijze. De verjaringstermijn is derhalve aangevangen op 1 januari 1988 en voltooid op 1 januari 1993.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a05a96ef54acb641dd51f5f40358e1411c4426d97a20eb58982fb64f8413c141. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a05a96ef54acb641dd51f5f40358e1411c4426d97a20eb58982fb64f8413c141, en de alinea staat in dat document op bytes 11850 tot 13075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a05a96ef54acb641dd51f5f40358e1411c4426d97a20eb58982fb64f8413c141 | shasum -a 256