Citaat | Hoge Raad 24 mei 2002

Alinea 49 Hoge Raad 24 mei 2002

Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9615.

3.5 Ook het betoog van [eiser] c.s. dat het beroep van de Staat op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, faalt. Voor zover al zou moeten worden aangenomen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat de Staat zich erop beroept dat de verjaring is voltooid voordat het EHRM in de zaak Van de Hurk uitspraak had gedaan, kan zulks [eiser] c.s. niet baten. Van [eiser] c.s. had immers in ieder geval gevergd kunnen worden dat zij binnen een redelijke termijn na het bekend worden van die uitspraak de Staat aansprakelijk hadden gesteld. Daarvan is evenwel geen sprake, nu voormelde uitspraak in Nederland is gepubliceerd in het NJCM Bulletin van juni 1994, p. 389 v., en [eiser] c.s. eerst op 22 december 1995 de Staat aansprakelijk hebben gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a05a96ef54acb641dd51f5f40358e1411c4426d97a20eb58982fb64f8413c141. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a05a96ef54acb641dd51f5f40358e1411c4426d97a20eb58982fb64f8413c141, en de alinea staat in dat document op bytes 13113 tot 13949.